LeerlingSerieus

Van overleven naar groeien

Ik geef school een vier. Het is zo moeilijk en ik krijg altijd de schuld.’

Max is negen jaar als ik hem voor het eerst ontmoet. Een prachtig mannetje met een bos krullen. Hij is blijven zitten in groep 4 en zit op dat moment in groep 5. Zijn welbevinden is zo laag dat hij niet de hele week naar school kan. Op woensdag blijft hij thuis om op te laden. Hij leeft van vakantie naar vakantie - en zelfs een week vakantie is eigenlijk niet genoeg om zijn batterij weer op te laden.

De situatie wordt op een gegeven moment zo zorgelijk dat er wordt gesproken over een overstap naar het SBO. Zou dat een plek zijn waar Max weer tot bloei kan komen?

Op school loopt het vast. Hij doet niet mee in de klas, de leerstof gaat boven zijn pet en op het schoolplein ontstaan regelmatig conflicten. Als ambulant begeleider word ik gevraagd mee te denken: hoe krijgen we het welbevinden van Max weer omhoog?

Zo begint mijn reis met Max

Ik observeer in de klas, maar geniet misschien nog wel het meest van de gesprekken met hem. Max is open, eerlijk en kan verrassend goed verwoorden wat er in hem omgaat - op school én in zijn hoofd. Reflecteren vindt hij soms lastig, maar hij probeert het wel.

We bedenken een plan met kleine stapjes. De leerkrachten gaan gemotiveerd aan de slag. Max krijgt time-outmomenten en zijn werk wordt aangepast, zodat de druk afneemt. Soms boeken we vooruitgang, soms doen we een stap terug. Maar wat opvalt, is de enorme betrokkenheid van het team. Samen zetten ze de schouders eronder.

 

Samen zoeken naar wat werkt

Gedurende twee jaar blijven we intensief samenwerken. We volgen Max, passen zijn werk aan waar nodig, maar leren hem ook stap voor stap functioneren binnen de klas.

De school denkt actief mee. Max mag wekelijks een paar uur werken in de schooltuin en er zijn regelmatig kindgesprekken. Daarnaast krijgt hij ondersteuning van de schoolmaatschappelijk werkster. Er wordt onderzoek gedaan, wat veel inzicht geeft in hoe Max denkt en leert.

Wat kunnen we van hem verwachten? Waar heeft hij ondersteuning bij nodig? En waarin kunnen we hem juist uitdagen?

Die antwoorden helpen om de begeleiding steeds beter aan te laten sluiten.

 

Een andere Max

Vandaag loop ik opnieuw de school binnen. In een nieuw lokaal, gebouwd op het kleuterplein, wordt hard gewerkt. Onder toeziend oog van de meester en met behulp van boormachines en handzaagjes verrijzen de mooiste vogelhuisjes. Er wordt samengewerkt en er hangt een gezellige sfeer in het lokaal. Sinds kort zit Max in de groeiklas op school. Twee dagdelen per week maakt hij daar zijn werk en is er ruimte voor praktijkonderwijs. En dat in groep 7! Trots laten de kinderen me een zelfgebouwd tuinhuis zien.  Max heeft zin om weer even bij te praten en er loopt een ontspannen en enthousiaste, blije jongen met me mee. Hij vertelt dat hij geniet op school, het lukt hem om zijn werk zelfstandig te maken. De time-out helpt en de groeiklas vindt hij geweldig.

‘School krijgt een acht!’ zegt hij.

Even later voegt hij eraan toe: ‘Soms heb ik nog dipweken hoor, dan geef ik school een vijf. Het wordt nooit mijn favoriet.’

Maar zijn klas? Die krijgt een negen. En zijn leerkrachten? ‘Die begrijpen mij.’

 

Groei die verder gaat dan cijfers

En zijn resultaten?

Die groeien mee. Omdat Max beter in zijn vel zit, gaat ook het leren weer vooruit. Hij heeft inmiddels AVI Plus gehaald en met rekenen werkt hij weer op niveau van zijn klas.

Voorzichtig kijken we vooruit naar het voortgezet onderwijs. Door zijn doublure zou Max na groep 7 al kunnen doorstromen. Maar hij wil zelf iets anders: groep 8 afmaken, en alle mooie momenten van het laatste basisschooljaar meemaken.

Wie had dat twee jaar geleden gedacht?

 

Wat echt het verschil maakt

Deze casus laat zien wat liefde, inzet en betrokkenheid kunnen betekenen voor een kind.

Voor Max zijn praten, gehoord worden, begrip en erkenning essentieel. Daarom blijft hij ook dit jaar gesprekken voeren met zijn leerkrachten en de schoolmaatschappelijk werkster.

Dat betekent dat ik steeds minder nodig ben. Precies het doel van mijn werk - al gaat dat altijd met een klein beetje weemoed.

Sommige leerlingen krijgen nu eenmaal een blijvend plekje in je hart.

20260122_113847.jpg

‘Soms heb ik nog dipweken hoor, dan geef ik school een vijf. Het wordt nooit mijn favoriet.’ Maar zijn klas? Die krijgt een negen. En zijn leerkrachten? ‘Die begrijpen mij.’